Logo Universiteit Utrecht

Verborgen schilderij

De geschiedenis van het onderzoek – Deel 4

Van schilderij naar tekstbord (2014)

Hoe en wanneer is de Gregoriusmis veranderd in een tekstbord? Het antwoord vonden we in de archieven. Bovendien bleek de overschildering deel te zijn van een bredere campagne om de kerk klaar te maken voor de protestantse eredienst.

Toen in 1579 de Jacobikerk officieel tot een protestantse kerk werd uitgeroepen, kon het gebouw zo worden ingericht dat het woord van de Bijbel centraal zou komen te staan, via preken, maar ook met tekstborden. De altaarstukken moesten juist verdwijnen.

De schuitenvoerders waren er snel bij. Vóór de Reformatie bezat hun gilde een altaar met een altaarstuk in deze kerk, waar missen werden opgedragen voor het zielenheil van de gildeleden. Voor een altaar was uiteraard ook geen plaats meer in een protestantse kerk, maar men behield wel de grafplaatsen voor de leden van het gilde. Daarbij werd een tekstbord geplaatst met een passage uit de brief van Paulus aan de Kolossenzen (Kol. 3:1-11). Dit tekstbord was al in 1580 vervaardigd. Voor het bord werd een luik van het vroegere altaarstuk herbruikt. Ook in de 16e eeuw was recyclen immers heel normaal.

1. In 1580 werd de buitenzijde van één van de luiken van het altaarstuk van de schuitenvoerders vermaakt tot een tekstbord voor de schuitenvoerders (links) en in 1602 werd van de achterzijde van het andere luik een tekstbord voor de zakkendragers gemaakt (rechts). 16e eeuw, Collectie Centraal Museum, bruikleen van de Jacobikerk te Utrecht.

Het andere luik werd kennelijk aan de zakkendragers gegeven, want in 1602 liet dit gilde er een passage uit de brief van Paulus aan de Efeziërs (Ef. 4:23-32) op aanbrengen. De twee borden zijn in bruikleen geschonken aan het Centraal Museum in Utrecht, omdat aan de voormalige binnenzijden van de twee luiken nog steeds schilderingen van het altaarstuk staan.

Voor de Gregoriusmis werd gekozen voor een passage uit de brief aan de Hebreeën (Heb. 12:14-24). Niet een gilde, maar de kerkmeesters bleken verantwoordelijk te zijn voor deze overschildering. De betaling wordt vermeld in hun rekeningen van 1580/81, samen met de betaling voor het zogenaamde ‘avondmaalsbord’, waarop een passage uit de eerste brief van Paulus aan de Korinthiërs staat (1 Kor. 11:23-29).

Op dit punt van ons onderzoek stuitten we echter op een enorm probleem. Grote delen van het rekeningenboek (voor de jaren 1560/61 – 1614/15) hebben namelijk zoveel waterschade opgelopen dat de inkt vrijwel volledig verbleekt is. Belangrijke informatie over de transformatie van de Gregoriusmis was hierdoor moeilijk of zelfs geheel niet te lezen!

2. Het rekeningenboek van de kerkmeesters heeft veel waterschade opgelopen. Een deel van de tekst is nauwelijks meer te lezen.

Van Riemsdijk geeft transcripties van de rekeningen in zijn tweedelige boek over de Jacobikerk, maar hij kon ze niet helemaal lezen. Ook Truus van Bueren slaagde daar niet in.

Collega Bini Biemans kwam vervolgens met een mogelijk oplossing. Als we eens een blauwe UV-lamp zouden gebruiken. Daarmee kon je soms teksten lezen die met gewoon dag- of lamplicht niet meer te lezen waren. We moesten dan wel ergens gaan zitten waar het gewone daglicht zo min mogelijk zou storen. Daarom kropen we met het rekeningenboek en de blauwe lamp onder een tafel in de studiezaal van het archief.

3. Bini Biemans (links) en Truus van Bueren (rechts) bestuderen het rekeningenboek onder een blauwe lamp. Een geïmproviseerde oplossing!

En ja hoor, de hele tekst bleek te ontcijferen. Dit zijn de twee posten voor de twee tekstborden:

‘Item betaelt Gerrit Splinterss. Spiegelmaecker van dat hij een taefeereel mit gulde letteren gemaeckt heeft tracterende van het nachtmael des heeren hangende op het hoogchoor die Cornelis van Werckhooven hem aenbestaeijt hadden voor xvi gulden, betaelt dese voorsscreven xvi gulden.’ (Item betaald aan Gerrit Splintersz. Spiegelmaker voor het tafereel met vergulde letters dat hij heeft gemaakt dat handelt over het avondmaal van de Heer en dat hangt op het hoogkoor, dat Cornelis van Werkhoven bij hem aanbesteed had voor zestien gulden, betaald aan de voorschrevene 16 gulden)

‘Noch heeft den seluen voors. Spiegelmaecker [een niet te lezen woord, waarschijnlijk gaat het om ‘een’, ‘het’, of ‘dat’] taeffereel gemaeckt mit gulden letteren inhoudende de leere pauli totten hebreen xii Cap daer voor betaelt xiiii gulden.’ (Ook heeft de voornoemde Spiegelmaker […] tafereel gemaakt met vergulde letters dat de les van Paulus voor de Hebreërs bevat, het twaalfde hoofdstuk, daarvoor betaalt 14 gulden)